Nederlandse Gebarentaal: Hand alfabet
Nederlandse Gebarentaal: Hand alfabet

Bij de eerste ontmoeting worden de woorden van Nienke en Meike meteen vertaald. “Hallo, ik ben Nienke, zegt Nienke” zegt de tolk. Pas als iedereen zich voor heeft gesteld, schud ik ook een handje met de tolk. Tijdens het gesprek hoor je degene die gebaart aan te kijken, en niet de tolk. En als jij spreekt, kijk je degene aan voor wie het bedoeld is – al kijkt die weer met een schuin oog naar de tolk. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar voelt in het begin toch onwennig.

Het is bijzonder om je eigen woorden te zien. De gebarentolk zit samen ons aan een ronde tafel. Ik en Anja zitten naast de tolk, naast ons zitten Nienke en Meike. Zo kan iedereen elkaar goed zien. Zij zijn doof, wij horend. Horend zijn voelt soms een beetje als een beperking – want ik kan niet gebaren. Ik heb een paar woorden opgepikt van onze ontmoetingen. Koffie, sorry, dankjewel.

Soms merk ik dat ik wat verder achteruit ga zitten, omdat ik niet ‘in beeld’ wil zitten. Dan klap ik mijn laptop plat, en kan iedereen de handen van de tolk goed zien. Een paar vergaderingen verder merk ik dat ik meer en meer met mijn handen ga praten, ook in de dagen na de dagen op de universiteit. Mensen moeten erom lachen, of gek: Onbewust beeld je dingen uit die je zegt. Het gaat erbij horen. Grappig ook – de tolk naast me gebruikt soms precies dezelfde gebaren. Als de tolk er niet is, en Anja ook niet kan tolken, gebruiken we handen en voeten. Of pen en papier. Of whats app op de mobiele telefoon. En langzaam leer ik een paar gebaren en een heel klein beginnetje van gebarentaal.